Italiaanse JSF order gehalveerd

Lieuwe de Vries en Ruben Veenstra voor
Veenstra & De Vries Aviation Publishing

De Italiaanse tweede kamer heeft gisteren een motie goedgekeurd om het budget voor de aanschaf van Italiaanse JSF’s te halveren.  In 2002 besloot Rome om 131 toestellen aan te schaffen, het aantal in werd 2012 terug gebracht naar 90. Zoals het er nu uitziet komt het aantal op 45 te liggen. Italië houdt hier mee nog een derde van zijn originele order over en degradeert van een “flagship partner” naar “best of the rest” met een order die maar net het aantal van landen als Nederland ontstijgt.

De fabriek van het Italiaanse bedrijf Aermacchi Alenia in Cameri die de Italianen speciaal bouwden voor de productie van de JSF verliest hier door een belangrijk deel van zijn toekomstige productie. De miljarden investering van de Italianen in deze fabriek dreigt met deze halvering onrendabel te worden, het lijkt ook steeds meer onvermijdelijk dat ook Aermacchi Alenia zal proberen de onderhoudsorders waar veel van de Nederlandse industriële participatie cijfers op zijn gebaseerd zal proberen af te snoepen van andere partners zoals de Nederlanders.

Nederland had lange tijd een Memorandum of Understanding waarin in onder andere de Italianen en de Noren afspraken om samen met de Nederlanders hun JSF’s te bouwen en onderhoud. Assemblage van de toestellen van de drie landen zou plaats vinden in Italië, onderhoud zou grotendeels in Nederland gebeuren. De Noren zijn in november 2013 uit dit verband gestapt omdat ze meer orders voor hun eigen industrie hoopten binnen te halen door alleen te opereren. Specifiek wilden ze concurreren met Nederland op het uitvoeren van onderhoud aan motoren en andere onderdelen van de straaljager. Motorfabrikant Pratt & Whitney eet in deze van twee walletjes, het ondersteund zowel Nederlandse als Noorse pogingen het motoronderhoud naar zich toe te trekken door Letters of Intent met beide te ondertekenen. Weinig lijkt nog zeker voor de Nederlandse industrie.